Ganzen

Nog middag en al schemer in de lucht,
de vloed komt duister op.

Over het donkerend wad
hangt plotseling de hemel vol
slordige snaterende slingers.
Boven het droge
vallen die neer.

Een gakkend dekbed ganzendons
schudt zich op voor de nacht.

Voor het ochtendkrieken
weer op de wieken
schrijven zij
hun V's langs de hemel,
Vrijheid
Verlangen
de kou Vooruit
Verdriet en Verlies Voorbij
onderweg naar het licht

Altijd maar weer
naar het licht onderweg.

Uit: Leven in lagen door Marijke de Bruijne.

gedicht gelezen op een groothuisbezoek.